Brieven van familieleden en vrienden aan soldaat Jean-François Van Hoey , item 43
Transcription
Transcription history
-
famillie leden, en met ons is het tog dat
gevoel niet, ik zeg niet een Vrouw is wel geen
mansmensch maar zij hebben tog nog een veel
pliezanter leven als wij, ze zijn tog niet berooft van al
wat ons duurbaar is op aarde. Zoodus Vriend
Frans volgens mij zijn wij in het slegste lot
verdompelt, wat gij er van denkt dat weet ik niet
maar volgens mij is het zoo, wat het aangaat
met den kost tot ier toe, die is bij ons Vrouw
en ons Kinderen veel beter als bij ons want volgens
het zeggen van de menschen is het juist of het
langst ons kanten geen Oorlog is, want juist
nevens mij slaapt een jongen van Ham Emil
de Koeker genaamt, een nachtwaker die u misschien
welkent en die kreegt alle weeken een brief van huis
en volgens een schrijven gaat het ginder juist
gelijk voor den Oorlog voor menschen gelijk wij
het zijn maar de menschen die in de fabrieken
werkten vroeger dagen en die nu zonder werk
zitten en als gij het dan allemaal moet krijgen
dat weten wij allang dat het dan niet ... erg is
dat zij dan geen pinten kunnen pakken gelijk
vroeger dagen, maar bij ons Vriend
Frans daar moogt gij gerust op slaapen jongen
dat zij daar zeker niet te hart hebben, er is
maar een dingen dat spijtig is. dat is dat
de briefwisseling zoo goet meer gaat en
dat doet ons vervelen maar ik denk dat het
tog nog wel eens zal verbeteren. Ook Vriend
Frans heb ik vernomen dat gij in gezelschap geweest
hebt met onze Vrienden genaamt Emil de Wit
en mijne Cozijn Victor de Keiyser, en gij zegt
dat gij er eene goede flesch op gepakt hebt
gij hept gelijk Vriend gij hebt anders geen
pliezier als dat gij uw zelfven aandoet met
zoo eene moment gelijk wij nu beleven daarom
er maar eene goede pot op gezet als gij
de gelegenheid hebt, want ik geloof dat het
bij u daar tog een ander leven is tegen over
bij ons hier in die gevangenis het is juist
of gij binst uw leven niet anders gedaan
hebt dan gemoord en gebrand gelijk wij hier
zitten en bijkan allen Vaders van famillie
die aan alles zoo onschuldig zijn als het mogelijk
is en God weet hoelang zitten wij hier
-
famillie leden, en met ons is het tog dat
gevoel niet, ik zeg niet een Vrouw is wel geen
mansmensch maar zij hebben tog nog een veel
pliezanter leven als wij, ze zijn tog niet berooft van al
wat ons duurbaar is op aarde. Zoodus Vriend
Frans volgens mij zijn wij in het slegste lot
verdompelt, wat gij er van denkt dat weet ik niet
maar volgens mij is het zoo, wat het aangaat
met den kost tot ier toe, die is bij ons Vrouw
en ons Kinderen veel beter als bij ons want volgens
het zeggen van de menschen is het juist of het
langst ons kanten geen Oorlog is, want juist
nevens mij slaapt een jongen van Ham Emil
de Koeker genaamt, een nachtwaker die u misschien
welkent en die kreegt alle weeken een brief van huis
en volgens een schrijven gaat het ginder juist
gelijk voor den Oorlog voor menschen gelijk wij
het zijn maar de menschen die in de fabrieken
werkten vroeger dagen en die nu zonder werk
zitten en als gij het dan allemaal moet krijgen
dat weten wij allang dat het dan niet ... erg is
dat zij dan geen pinten kunnen pakken gelijk
vroeger dagen, maar bij ons Vriend
Frans daar moogt gij gerust op slaapen jongen
dat zij daar zeker niet te hart hebben, er is
maar een dingen dat spijtig is. dat is dat
de briefwisseling zoo goet meer gaat en
dat doet ons vervelen maar ik denk dat het
tog nog wel eens zal verbeteren. Ook Vriend
Frans heb ik vernomen dat gij in gezelschap geweest
hebt met onze Vrienden genaamt Emil de Wit
en mijne Cozijn Victor de Keiyser, en gij zegt
dat gij er eene goede flesch op gepakt hebt
gij hept gelijk Vriend gij hebt anders geen
pliezier als dat gij uw zelfven aandoet met
zoo eene moment gelijk wij nu beleven daarom
er maar eene goede pot
-
famillie leden, en met ons is het tog dat
gevoel niet, ik zeg niet een Vrouw is wel geen
mansmensch maar zij hebben tog nog een veel
pliezanter leven als wij, ze zijn tog niet berooft van al
wat ons duurbaar is op aarde. Zoodus Vriend
Frans volgens mij zijn wij in het slegste lot
verdompelt, wat gij er van denkt dat weet ik niet
maar volgens mij is het zoo, wat het aangaat
met den kost tot ier toe, die is bij ons Vrouw
en ons Kinderen veel beter als bij ons want volgens
het zeggen van de menschen is het juist of het
langst ons kanten geen Oorlog is, want juist
nevens mij slaapt een jongen van Ham Emil
de Koeker genaamt, een nachtwaker die u misschien
welkent en die kreegt alle weeken een brief van huis
en volgens een schrijven gaat het ginder juist
gelijk voor den Oorlog voor menschen gelijk wij
het zijn maar de menschen die in de fabrieken
werkten vroeger dagen en die nu zonder werk
zitten en als gij het dan allemaal moet krijgen
dat weten wij allang dat het dan niet ... erg is
dat zij dan geen pinten kunnen pakken gelijk
Description
Save description- 52.0806015||5.2232526||||1
Zeist
Location(s)
Story location Zeist
- ID
- 6744 / 73432
- Contributor
- Guido Lissens
Login to edit the languages
Login to edit the fronts
- Western Front
Login to add keywords
- Remembrance




















































Login to leave a note